Het naadje van de kous

Shutterstock

Als we alle beloftes geloven, komt ons onderbeen, zowel kuit als scheen, beter tot zijn recht met een compressiekous. Een betere doorbloeding en minder spiertrillingen schijnen te zorgen voor een betere prestatie en een sneller herstel. Ik denk aan mijn oma. Elke dag weer wurmde een thuiszorgmedewerker mijn oma’s been in de huidkleurige equivalent van de compressiekous: de steunkous. Een gemiddelde steunkous geeft een druk van 23-32 mmHg, exact de druk van een standaard compressiekous. Tijd om uit te zoeken wat die onschuldig ogende hardloopkous nu precies doet met onze doorbloeding.

Veneuze return

Veneuze return is dé term als we praten over compressiekousen en doorbloeding. Het bloed dat met elke hartslag in onze onderbenen terecht komt moet namelijk ook weer terug. Gelukkig zijn er kleppen in onze aderen (venen) die het bloed, onder invloed van het samentrekken van onze spieren, de goede kant heen sturen: terug naar het hart (return). Kousen oefenen extra druk uit op dit kleppensysteem en dat leidt tot een grotere veneuze return. En hoe meer bloed terugkeert naar het hart, hoe krachtiger het hart dit opnieuw kan rondpompen. Het resultaat: meer aanvoer van zuurstof en meer afvoer van afvalstoffen in het onderbeen. Het logische gevolg: een betere prestatie en een sneller herstel.

Helaas geven studies geen sluitend bewijs voor dit mechanisme

Een groep Duitse en Zweedse onderzoekers bundelden in 2013 alle studies over het effect van compressiekousen. Zij zagen kleine effecten op onder andere een afname van spierpijn en moeheid en een toename van spierherstel bij lopers mét compressiekousen. Helaas, een betere doorbloeding en sterker pompend hart bleven uit.

Het blijft onderzoekers bezighouden

Een groep Spaanse onderzoekers onderzocht het effect van compressiekousen op de lange termijn. Zij publiceerden hun resultaten in het voorjaar van 2015. Uniek aan hun opzet was de lange termijn. In tegenstelling tot in de eerdergenoemde studies kozen zij voor het meten van effecten na een periode van drie weken hardlooptraining; de minimale tijd die nodig zou zijn voor een effect op het hart en de doorbloeding. Een twintigtal recreatieve lopers kreeg compressiekousen aangemeten: tien mèt compressie en tien zonder. In beide groepen zagen zij na drie weken een verbetering in hartslag en zuurstofconsumptie. Alleen die verbetering was helaas niet groter voor de dragers van de compressiekousen.

Wat nu?

Een onderzoeksgroep van twintig lopers is natuurlijk klein. Je kunt je ook afvragen óf die 23-32 mmHg, op een plek ver weg van het hart, überhaupt wel potentie heeft om iets aan onze hartactiviteit te veranderen? Een hogere druk, een grotere onderzoeksgroep, het zijn aangrijpingspunten voor nieuw onderzoek. Ik zou er niet op wachten. Ook al is het onderliggende mechanisme voorlopig niet aan te tonen, er zijn natuurlijk wél effecten gevonden, zoals de afname van spierpijn en moeheid. Herzog nam het lot in eigen hand en bestudeerde het effect op het herstel na shinsplints. Iets om in de gaten te houden.
Eén zekerheid: voor mijn oma was het niet voor niks. Zij had wel degelijk baat bij haar – het zij wat minder sexy gekleurde -compressiekousen. Voor het behandelen van trombose in het onderbeen zijn die gelukkig wel effectief. Tenzij zij natuurlijk zonder mijn medeweten streefde naar een sneller herstel na de tien kilometer. Dan is het misschien wel voor niks geweest.

Literatuur

Born, D. P., Sperlich, B., & Holmberg, H. C. (2013). Bringing light into the dark: effects of compression clothing on performance and recovery.International journal of sports physiology and performance, (8), 4-18.
Priego Quesada, J. I., Lucas Cuevas, A. G., Aparicio, I., Giménez Gil, J. V., Cortell Tormo, J. M., & Pérez Soriano, P. (2015). Long-term effects of graduated compression stockings on cardiorespiratory performance. Biology of Sport, 2015, vol. 32, num. 3, p. 219-223.
Karen Broekhuizen
Karen Broekhuizen is freelance onderzoeker en tekstschrijver. In het dagelijks leven schrijft zij wetenschappelijke teksten voor universiteiten en ziekenhuizen. Na een studie Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen promoveerde zij in 2012 op haar proefschrift over leefstijlverandering en ziektepreventie en werkte daarna enkele jaren als post-doc onderzoeker.
Share This